Georgia

IMGP3638

De ICW wordt waar Florida overgaat in Georgia gaandeweg ruiger, minder bebouwing en meer natuur. Enorme stukken marsh  met riet in alle kleursoorten groen en boompjes die niet groot willen worden.  De kreken hebben de mooiste namen:  Mud Creek, Kilkenny Creek, Dutchman Creek, Beaverdam Creek of Little Saucepan Creek en wat te denken van Drunk Jack Island. Aan het begin van de achttiende eeuw hadden de piraten het hier voor het zeggen. Afvallige piraten werden door hun rovershoofdman achtergelaten op een onbewoond eiland met een pistool met één kogel en een vaatje rum.

We zien heel veel dolfijnen, ze komen voor de garnalen. Vanaf een uur of vijf als ze uitgegeten zijn en wij voor anker liggen komen ze ons uitgebreid bezoeken. Ze spelen met elkaar en met de boot. We hebben zelfs heuse vrijpartijen gezien.

Er zijn een aantal Inlets waar je de ICW kunt verlaten en via zee verder kunt. We hebben dat een paar keer gedaan omdat de ICW op dat traject te ondiep voor ons was. Buitenom  schiet niet echt op omdat je eerst zeker vijf mijl of meer uit de ondiepte voor de kust moet varen voor ruim water.  Wel heerlijk om weer een dagje te zeilen in blauw water!  Er zijn geen muggen en het zijn er minder heet. Dolfijnen zien we op zee niet.

We hebben een aantal dagen in St. Augustine gelegen. De oudste stad van de USA met de oudste straat en de oudste van van alles. Mooie plek met in het weekend veel live muziek. We zijn naar het Ligthner museum geweest met een fantastische collectie van oude muziekapparaten, foto’s en kleding van Indianen tot een collectie van sigarenbandjes én de opgezette leeuw door Churchill zelf geschoten die hij heeft geschonken aan president  Roosevelt om  hem over te halen zij aan zij met de Engelsen,  dapper als een leeuw, te vechten tegen Hitler Duitsland.

St Augustine telt veel afstammelingen van inwoners van Menorca die in de aan het eind van de zestiende eeuw door een Spaanse slimmerik met honderden tegelijk naar rijstplantages ten zuiden van St Augustines zijn vervoerd met de belofte dat ze na vijf jaar trouwe dienst een eigen stukje grond zouden krijgen. Omdat ze van Menorca kwamen zouden wel goed tegen de hitte kunnen, zo was de gedachte. Het werd een verschrikking. Na vijf jaar waren er nog maar een paar honderd in leven. Omdat de rijstoogst telkens tegen viel, het land is er te brak voor, vonden de Spaanse landeigenaren het niet nodig hun belofte na te komen. Ergens in juli, op het heetst van het jaar, zijn er zo’n honderdvijftig gevlucht richting St Augustine, 80 kilometer ten noorden, dwars door de marsh. Wat een verschrikking, met temperaturen van tegen de veertig graden door een van muggen vergeven zout en sompig land.  De helft overleed onderweg. De andere helft werd met open armen ontvangen door de Engelse gouverneur van St. Augustines die niks moest hebben van de claims die de Spanjaarden bij hem indienden tegen de weglopers. In een museum hangt een kaart waarop te zien is dat de Menorcanen om in Georgia te belanden precies dezelfde route hebben gevolgd als wij, zij het niet voor hun lol.

IMGP3541

De oudste straat van St. Augustine

IMGP3544

Ute warrior 1872

IMGP3545

Cheyenne: Sprinkle horse and Small Back 1880

IMGP3548

Gebrandschilderd raam: een indiaanse met de Amerikaanse vlag

IMGP3547

Nez Perce: Chief Joseph 1877

IMGP3570

In Georgia een mix van zuilen en bogen

IMGP3581

Onweer op komst in de marsh

IMGP3592

Parende dolfijnen

IMGP3608

Alternative radarboot

IMGP3643

Onderweg

IMGP3648

Volgende zonsondergang

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>